Osteopathie en echografie

Voelen met je handen brengt je ver. Maar soms wil je gewoon zien wat er aan de hand is. Daarom werk ik in mijn praktijk in Amstelveen ook met echografie van het bewegingsapparaat.
Wat is echografie?
Echografie maakt met onhoorbare geluidsgolven een live beeld van de structuren onder je huid. Ik zie daarmee spieren, pezen, peesaanhechtingen, slijmbeurzen, banden, gewrichtskapsels en vochtophopingen. Het bijzondere is dat het een bewegend beeld is: ik kan je gewricht laten bewegen en tegelijk kijken hoe een pees of spier zich gedraagt onder belasting. Dat zie je op een foto of MRI niet.
Waarom ik het gebruik
Echografie is bij mij geen doel op zich, maar een aanvulling op mijn onderzoek. Het helpt me op drie manieren:
-
Duidelijkheid. Is die pijn aan de buitenkant van je heup een slijmbeursontsteking of een peesprobleem? Dat maakt uit voor de behandeling en voor je opbouw.
-
Onderbouwing. Je hoort niet alleen wat ik denk, je ziet het zelf op het scherm. Ik leg uit wat je ziet, en dat maakt vaak veel begrijpelijker waarom je klacht doet wat hij doet.
-
Sturing. Herstel van pezen kost tijd. Door onderweg opnieuw te kijken, kunnen we beter inschatten of je belasting mag opbouwen of dat het nog te vroeg is.
Waarbij het zinvol kan zijn
-
Pees- en peesaanhechtingsklachten: achillespees, schouder, elleboog (tennis- of golfelleboog), knie
-
Slijmbeursirritaties bij schouder en heup
-
Spierscheurtjes en spierklachten na een sportmoment
-
Zwelling of vochtophoping rond een gewricht
-
Klachten die niet reageren op de behandeling en waarbij we meer informatie nodig hebben
Hoe het gaat
Het onderzoek is niet belastend en doet geen pijn. Ik breng wat gel op je huid aan, zodat de sonde goed contact maakt, en beweeg die over het gebied van je klacht. Er komt geen straling bij kijken. Meestal kost het onderzoek tien tot vijftien minuten en bespreken we het beeld direct samen.
Wat echografie wel en niet kan
Echografie is sterk in het beoordelen van weke delen, zoals spieren en pezen. Het kan niet door bot heen kijken en is dus niet geschikt om bijvoorbeeld een breuk of diepere gewrichtsstructuren volledig te beoordelen. Ik gebruik het onderzoek daarom altijd in combinatie met je verhaal en mijn lichamelijk onderzoek. Zie ik iets dat verder uitgezocht moet worden, dan verwijs ik je door naar je huisarts of een specialist en overleg ik waar nodig.
